Hij, zij en de architect

Ruimte “in de stof”?

Zo’n 18 jaar geleden kwam een echtpaar bij me voor een verbouwing van hun huis. De kinderen waren al uit huis, en het voorhanden huis was 900 m3. Ze kwamen ruimte tekort. We deden eerst een inventarisatie van wensen en dromen. In het eerste gesprek daarna, bij hun thuis, werd me duidelijk dat het huis meer dan groot genoeg was. Er was iets anders aan de hand.

De eerste gesprekken verliepen opvallend: de opdrachtgevers vulden bijvoorbeeld vaak elkaars wensen in: “Ik denk dat mijn vrouw eigenlijk liever….” of “maar schat, jij wilt toch altijd…” . Probeer er als architect maar eens wijs uit te worden wat dan echt de fundamentele wensen van ieder zijn. Als jonge architect met opdrachtgevers van bijna een generatie ouder is bescheidenheid geboden. Toch dacht ik op de een of andere manier de koe bij de hoorns te vatten, want één ding werd me snel duidelijk: deze mensen kwamen geen fysieke ruimte tekort in huis, niet de ruimte “in de stof”. Ze kwamen ruimte voor elkáár tekort. Ruimte in de geest.

Lef

eaglefeather-not

Een eerste voorzichtige tekst van mij was: “probeer eens allebei zuiver vanuit jezelf te spreken, ieder voor zich”.

Toen werd het moeilijk. Deze mensen, die toch al een behoorlijk tijdje getrouwd waren, hadden hun eigenheid zo “aan de ander” gegeven, dat het in volle openheid neerzetten van ècht eigen wensen ze heel moeilijk viel. Ik heb de opdracht twee gesprekken later terug gegeven. Terecht of onterecht, maar het echtpaar is een jaar later gescheiden. Ik nam me voor dat nooit meer zo te laten gebeuren en zette op de website de spreuk: “opdrachtgevers met lef zijn leuker dan opdrachtgevers met geld.”

Een nieuw terrein. Duurzaamheid vanuit relaties

De jaren daarop volgend, kwamen er talloze mensen op mijn pad waarvan ik veel leerde voor dat “ruimte maken in de geest”. Mensen met wensen voor een “Frank Lloyd Wright-huis” in een dorpje, mensen die hun boerderij “in Franse stijl” wilden ombouwen, mensen die “een Limburges hoeve” op de Veluwe wilden. Wensen die al vrij snel vanuit een soort vlucht uit de werkelijkheid leken voort te komen. Die vlucht bleek vaak: het werk, de dorpse sfeer hier, dat moderne gedoe, of iets in de buitenwereld, maar al doorvragend werd duidelijk hoe zeer mensen op de vlucht vaak zijn voor zichzelf. En dan vooral: het onbewuste zelf, in de ander en de buitenwereld geprojecteerd.

U begrijpt: daar is geen huis tegen bestand. Zo is voor mij dan ook een belangrijk deel van het vak geworden: de echte fundamentele verlangens in mensen naar boven brengen tijdens het proces. Duurzaam bouwen moet geschieden op een minstens even duurzaam fundament: gezonde relaties tussen mensen. Het maakt overigens niet uit of dat man-vrouw relaties of anderen zijn. Het wordt mensen op school ook maar zelden geleerd, maar wat mensen werkelijk in elkaar aantrekt is maar oppervlakkig gezien wat ze gemeen hebben. In de diepte ligt juist waarin ze van elkaar verschillen. Dat is de werkelijke aantrekkingskracht!  De meeste mensen vergeten dat laatste en zijn dus hun hele leven bezig dat uit te werken. In mer dan een derde van de gevallen leidt dat tot scheidingen.

Toch bouwen, en nog duurzaam ook.

 

fallingwater

Het is de taak van een architect elk individu in het proces van ontwerpen zijn of haar ruimte te laten vinden. Ik laat mensen daarom hun stoutste dromen uiten en al schetsend droom ik mee en spoor ze aan. Eerst los van geld, los van bestemmingsplannen, en los van techniek. Daarna laten we de droom zachtjes landen. Ondertussen zijn allerlei beelden gepasseerd. Archetypische beelden, zoals Jung bedoelt. Eidè, zoals Plato al beschreef. Patterns, zoals Alexander in onze tijd beschreven heeft. Fundamenteel menselijke beelden.  Die zijn zeer werkzaam in het zoeken naar ruimte in jezelf. Zo ontstaat een huis dat aan alle bewoners hun “eigen” ruimte biedt en hun fysieke ruimte schenkt. En wat dan voor een volgende bewoner?

Een bijzondere ervaring van circa 10 jaar terug ter illustratie: Een heel specifiek op de wensen van de opdrachtgevers toegesneden huis was tijdens een ingrijpend proces tot stand gekomen. Hoewel alle wensen waren verwerkelijkt, en opdrachtgevers uitspraken dat ze zeer gelukkig waren met het huis, voelde ik dat er iets wrong. Dat bleek een jaar later: de opdrachtgevers immigreerden “naar hun dochter” en zijn een jaar daarna uit elkaar gegaan.

Het huis was verkocht en ik werd een paar maanden na de levering gebeld door de nieuwe eigenaar: “Ik wil u toch graag eens spreken, mijnheer, wij voelen ons hier zó thuis dat het huis wel voor ons gemáákt lijkt”. Ik herkende wat hij zei. Het waren de woorden die Edgar Kaufmann sprak over het huis “Fallingwater” dat Frank Lloyd Wright voor hem en zijn gezin had ontworpen: “Why does a house designed by an architectural individualist for the special purposes of a special client appeal so much to the public in general?” En het antwoord is: vanwege archetypen.

 

Om redenen van privacy zijn hier niet de huizen waar het om ging afgebeeld, maar voorbeelden van Frank Lloyd Wright. boven: Morris House, onder: Fallingwater (Kaufmann Holiday-house)