Category Archives: Uncategorized

Nulenergiehuizen? Die bestaan niet…

Nulenergiehuizen ? Die bestaan niet.

Nulenergiehuizen bestaan niet, want nul energie verbruiken, dat gaat niet. Hoe zuinig je lampen, je kachel of je wasmachine ook zijn, je verbruikt energie. Hoe koel je je huis ook houdt, hoeveel warmte je ook terugwint, je zult verliezen hebben.

Het gaat steeds om het omzetten van energie. Het verhaal is dat plantaardig spul uit vroeger tijden is verteerd en langzaam olie en gas geworden. Dat kunnen we wel opstoken, maar algemeen wordt aangenomen dat de voorraad eindig is (ik weet dat nog zo net niet! kijk hier maar eens) en algemeen wordt aangenomen dat de CO2 die we met al dat verbranden maken schadelijk is. Ook dat weet ik nog zo net niet; het gaat om balans!

Hoe dan ook: Als je de energie die je met je huishouden gebruikt ook in of om je huis “duurzaam” opwekt, spreken we van een nulenergie- of als je veel opwekt, zelfs van een plusenergiehuis. En met “duurzaam” wordt dan weer bedoeld: zonder CO2 op te wekken of andere schadelijke emissies te doen.

plusenergie

school Aventurijn, energieneutraal of zelfs plusenergie voor elektriciteit

Valt het u op dat ik al behoorlijk wat tussen haakjes en aanhalingstekens heb gezet? Na ruim 27 jaar ecologisch bouwen en veel ervaring in energietechniek, slik ik niets meer voor zoete koek. Over het gemekker, de onzin en de sustainablabla, kan ik uren vullen! Een nulenergiehuis heet zo, als er evenveel energie ter plaatse wordt opgewekt als verbruikt.

Dus, door naar de vraag: Is het moeilijk om een plusenergiehuis of een nulenergiehuis te maken? Het stomme antwoord is: NEE. Het is makkelijk. Collectoren (PV-panelen, bedoel ik hier) kosten al een tijdje minder dan een euro per Watt-piek. Platvloers gezegd: als je maar genoeg panelen op je dak plakt, krijg je vanzelf een nulenergiehuis of beter.

Maar: hoeveel heb je dan nodig? Nou, kijk maar eens naar uw energierekening. Oude huizen doen zomaar tegen of over de 3000 m3 aardgas, nieuwere huizen zitten pakweg op de helft. (portiek-, etage- en rijtjeswoningen doen ook makkelijk minder) Het electriciteitsverbruik van het gemiddelde huishouden ligt met 2,2 personen net boven de 3000 kWh op jaarbasis.

De rest is even rekenen: Aardgas heeft een energie-inhoud van 9,7 kWh. Bij een gemiddelde hoog-rendementsinstallatie, krijg je pakweg 25.000 kWh uit je 3000 m3 aardgas. Tel daarbij op je elektriciteitsverbruik van 3000 kWh en je moet dus voor 28.000 kWh aan zonnepanelen installeren als je alles elektrisch en zelf wilt doen. Goede PV-panelen leveren zo’n 120 kWh per m2 op jaarbasis. Dan geeft dus een resultaat van ruim 230 m2 PV-panelen.

Nulenergie- of plusenergiewoningen, hier een project in Aa en Hun (niet van bureau de Vos)

Nulenergie- of plusenergiewoningen, hier een project in Aa en Hun (niet van bureau de Vos)

Wááát???? 230 m2? Zo groot is m’n dak toch niet??? Nee, inderdaad. Meestal niet. Het werkelijke antwoord op de vraag of nulenergiehuizen maken moeilijk is, is dus: JA, het kan nog best eens tegenvallen.

Deze foto is van een project in Aa en Hunze. Die woningen heten energieneutraal. Ze zijn energieneutraal voor “het gebouwgebonden energieverbruik”; met waterbedden en drogers en Amerikaanse koelkasten moet je niet aankomen. “Er is backup van het net” lees ik op de website. Gelukkig maar. Ik weet bijna zeker dat ze behoorlijk tekort gaan komen. Daarbij: Willen dat al onze architectuur er zo uit gaat zien?

Bouwkavels in Apeldoorn

Mansart-kap-huis-1Apeldoorn legt de rode loper uit voor kopers!

De tekst van de folder over Kavels in Apeldoorn is superpositief. “Woondroom of werkelijkheid?” en “Iedereen droomt wel eens van een eigen huis”. Er is zelfs een hele winkel voor die bouwkavels en je kunt automatisch op de hoogte gehouden worden van het laatste kavelaanbod. Er komt een heuse workshop (2 juni al!) op Marktplein 33 (van 19.00 tot 22.00 uur)

Er zijn terwijl ik dit schrijf, op 23 mei 2015, zijn er zes bouwkavels in de aanbieding: 427m2 voor EUR 160.000,-. Wàt? Honderdzestigduizend euro voor nog geen 500m2???Een kavel van 998m2 kost EUR 277.000,- http://bit.ly/1cbvrBm Dat doet als Amsterdamse prijzen aan, zeg.

Even ter vergelijking: Bij ons in Loenen kun je voor EUR 160.000,- bouwkavels van ongeveer 1000m2 kopen! Die bouwkavels liggen op 6 minuten rijden van Apeldoorn, 11 minuten tot het centrum. Tel uit je winst: een ruime ton. Daar kun je wel wat voor reizen, toch? Woon je meteen in het prachtige landelijk gebied aan de rand van de Veluwe en je krijgt er meteen een ecologisch architect bij.

Toch maar eens even kijken ? http://bit.ly/1Rcy19U

de kikker en de prins in de Wabo.

De prins “formerly known” as…..kikker….

Soms wordt een kikker tot prins gekust. Dat lijkt een sprookje.

Toevallig werd deze kikker door de koning zelf, de overheid, verleid. In 2010 een toenadering en in oktober 2011: Paf! Daar werd de kikker vol op de mond gekust! En daar was de prins: fikse afwijkingen van een bestemmingsplan mogelijk, in wat eigenlijk “een kruimelregeling” heette.

Het is nu 2013. Als je de prins nog wilt trouwen moet je snel zijn, want gemeenten hebben het in de gaten gekregen en veel gemeenten hebben plannen voor beperkende regelingen.

Watskebeurt?

De nieuwe Wet ruimtelijke ordening, sinds oktober 2010 van kracht, kende het begrip vrijstelling niet meer. Daarvoor kwam in de plaats de afwijking van het bestemmingsplan. Wie af wil wijken  moet sindsdien “een verzoek tot afwijking van het bestemmingsplan artikel 2.1 eerste lid onder c van de Wabo” doen. De bevoegdheid van de gemeente om voor afwijkingen toch een omgevingsvergunning te verlenen wordt geregeld in artikel 2.12 eerste lid, onder a, onder 2,  van de Wabo.(hier staat een plezierige weergave van alle wetten in NL, maar het blijft straffe tekst: hou je vast!

1. Voor zover de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld inartikel 2.1, eerste lid, onder c, kan de omgevingsvergunning slechts worden verleend:

a. indien de activiteit in strijd is met het bestemmingsplan of de beheersverordening:

2°. in de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen, of

Dit artikel zegt met zoveel woorden dat de gemeente hiertoe bevoegd is, mits de afwijking valt binnen een categorie die bij Algemene maatregel van Bestuur is aangewezen. Die Algemene maatregel van Bestuur (AmvB) is de Bor, het Besluit omgevingsrecht. Daar schuilt de kikker in artikel 4 lid I van Bijlage II. (Volg je het nog? Lang zoeken hè?!).

De kikker:

Kop van de kikker: artikel 1, definitie: “bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd op de grond staand gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; “

Romp van de kikker artikel 4: Voor verlening van een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º, van de wet van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken, komen in aanmerking:
1. een bijbehorend bouwwerk:

De bedoeling van de wetgever was uiteraard deze regeling te laten gelden zoals voorheen de vrijstelling artikel 19 lid 3 oude Wro bedoeld was: voor wat in de wandelgangen “kruimelwerk” heette. Maar toen kwam:

De kus

Als gevolg van een bezwaar van een omwonende tegen een bouwvergunning die de gemeente Eindhoven aan de Praxis had verleend, kwam een zaak voor de Raad van State. De hele uitspraak staat hier, maar de essentiële rechtsoverweging van de Raad was heel kort deze:

2.4.1 Uit de tekst van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onderdeel a, onder 2º van de Wabo blijkt niet dat is beoogd de toepassing van deze bevoegdheid te beperken tot planologisch ondergeschikte gevallen.

Niet beperkt tot planologisch ondergeschikte gevallen, dus en let wel: de Raad van State is ons hoogste college bestuursrecht

Over het paard getild

Daarmee kuste de Raad van State de kikker van de bijlage tot Prins van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening. Ik heb er vaker dankbaar gebruik gemaakt om bijzondere dingen gerealiseerd te krijgen, maar langzamerhand raakt de regeling over het paard getild. Veel gemeenten voelen zich voor “een oneigenlijke taak gesteld” om te oordelen of de regeling nu wel of niet ingeroepen kan worden. Overdreven wellicht, want gemeenten doen niet anders dan beoordelen of in elk individueel geval sprake is van goede ruimtelijke ordening en van doelmatig gebruik. Feit is dat diverse gemeenten nu beleid aan het ontwikkelen zijn om grenzen aan “de kruimelregeling” te stellen.

Wees er dus snel bij, voordat een volgend sprookje in duigen valt.

Ecologisch bouwen: kierdichting en ventilatie

Er is veel te doen over isolatie, ventilatie, kierdichting en condens. Discussies, schades……Soms zou je denken dat isoleren zichzelf tegenwerkt:  Principieel gesproken is dat ook een beetje zo: Bij een goed geïsoleerde schil wordt immers het temperatuurverschil tussen het binnenste vlak van een constructie en het buitenste vlak groter.  Maar isoleren werkt natuurlijk net als bijvoorbeeld spanning en weerstand in een elektrische stroom: het spanningsverval over een grotere weerstand is hoger, maar de stroomsterkte neemt af. Inderdaad wordt het temperatuurverschil in een constructie groter, – het binnenoppervlak blijft warmer, het buitenoppervlak zal kouder zijn -maar het warmteverlies neemt af.

Condens

Toch is met isoleren voorzichtigheid geboden. Een constructie transporteert vocht naar buiten , als je hem daarvoor niet specifiek afsluit. Het is ook goed dat dat gebeurt. Maar: Lucht bevat altijd een absolute hoeveelheid vocht. Bij een gegeven hoeveelheid vocht, varieert de RELATIEVE luchtvochtigheid met de temperatuur. Bij een lage temperatuur kan lucht  minder vocht bevatten dan bij een hoge temperatuur. Wat gebeurt er in een constructie die geïsoleerd is: de damp die door de constructie naar buiten stroomt, komt een steeds koudere omgeving in die constructie tegen. Nogmaals: Hoe zwaarder geïsoleerd, hoe groter het temperatuurverschil. Het kan gebeuren dat de temperatuur in de buitenste lagen net zó laag is, dat de lucht die binnen een relatieve luchtvochtigheid van 55% had, tot 100% relatieve vochtigheid komt. Je passeert het z.g. dauwpunt en dan heb je dus condens in je constructie.

houtflex

Kierdicht vs. ventilatie

Een klein beetje condens is, zolang het in de relatieve vochtigheid van de materialen kan worden opgenomen, niet erg. Het zal in de zomer wel weer verdampen. Maar veel condens kan schadelijk zijn en leiden tot schimmel en rot.

Alle materialen hebben wel een zekere dampweerstand, zodat niet altijd alle vocht van binnen ook naar buiten stroomt en daar kan condenseren. Maar, hou goed in de gaten dat de dampweerstand van een kier praktisch nul is. Daardoor zal er aan de koude zijde van de constructie in een kier dus betrekkelijk veel condensatie optreden. Terwijl veel mensen denken dat een beetje kieren hebben dus gezond is en bijdraagt aan een frisse lucht, maak je het je constructie met kieren juist moeilijker om gezond te blijven. Niet doen dus! Goed kierdicht bouwen en het damptransport afgewogen beheersen door een goede materiaalkeuze. Daarnaast dus gewoon ventileren om woonvocht kwijt te raken. En wat mij betreft, daarover dadelijk nog wat meer: natuurlijk ventileren.

minerale wol vs. natuurvezels

Een glasvezel kan geen vocht opnemen. Een houtvezel wel. Als je een constructie isoleert met bijvoorbeeld Houtflex van Homatherm, kan de constructie in zichzelf vocht opnemen zonder dat dat tot condens en zonder dat dat tot verlies van isolatiewaarde leidt. Bij minerale wol is dat niet zo. In de isolatie kan nagenoeg géén water vocht opgenomen zonder dat dat tot verlies van isolatiewaarde leidt. Àls je dus toch wat condens in een constructie krijgt, treedt bij natuurvezels minder snel schade op.

Ventilatie…in balans?

Altijd goed ventileren! Dat is basisregel 1 van een gezond binnenklimaat. Het bovenstaande heeft hopelijk duidelijk gemaakt dat ventileren niet via kieren moet gebeuren, maar via ramen, deuren of roosters. Maak een goede kierdichte gebouwschil, en ventileer met bouwdelen die daarvoor bedoeld zijn.

Een langdurige discussie vindt plaats of je nu wel of niet moet ventileren middels een z.g. balansventilatie en, àls je dat toepast, of je dan je ramen nog wel open mag zetten.

Balansventilatie is ventilatie waarbij de toevoer van buitenlucht geschiedt via een warmtewisselaar die de warmte uit de af te voeren lucht overdraagt aan de frisse lucht die binnenkomt. In 99 van de 100 gevallen wordt die buitenlucht via vele meters kanalen het huis ingevoerd. Het voordeel is duidelijk: er gaat vrijwel geen warmte verloren. Het nadeel is ook duidelijk: filters, kanalen en als je die kanalen en filters niet duivels goed schoon houdt: huisstofmijt, ziektekiemen en dus een “sick building”.

balansventilatie

Ik ben bepaald geen voorstander van balansventilatie. Vooral niet van het toevoeren van (voorverwarmde) lucht via kanalen. Als we perse warmte willen terugwinnen uit ventilatielucht, zet ik liever een warmtepompboiler in, in combinatie met gewoon ècht frisse lucht van buiten via roosters en ramen. Wel mechanische afvoer dus, maar geen toevoer door kanalen. Uitzonderingssituaties: zeer vervuilde steden. In de binnenstad van Rotterdam kun je misschien maar beter je lucht wèl filteren.

Ramen open of niet, bij balansventilatie

Zet vooral regelmatig je ramen open. Ook als je balansventilatie hebt. Het “mag”. Natuurlijk is de balans van je mooie systeem verstoord op het moment dat je je ramen open zet, en is er energieverlies. Maar: ik neem niet aan dat je winterdag de hele dag je ramen open zet?

Op je gezondheid!

Ecologisch bouwen? Duurzaam financieren!

Als je een gebouw ecologisch wilt bouwen, zou je het ook ecologisch of duurzaam moeten financieren. In de wereld van 2013 is wel voldoende duidelijk dat “financieren” vrijwel niets met ecologie of duurzaamheid te maken heeft. De weinige mensen die de woorden duurzaam, ecologisch en financieren wel eens in één zin gebruiken hebben een gerust geweten als ze bij Triodos of SNS bankieren. Maar de facto is ook dat een illusie. Hier is waarom èn wat we eraan kunnen doen.

b193-2

Ecologie als illusie…

In tegenstelling tot wat iedereen denkt, komt al het geld NIET van de staat of de centrale bank. Slechts 3 tot 6% van het geld, de z.g. “base money” komt daar vandaan. Al het andere geld wordt door commerciële banken gecreëerd. Hoe? Uit het niets. Is dat schadelijk? Ja. Let wel: als de waarde van een economie, de uitwisseling van waarde tussen mensen, groeit, is het helemaal niet verkeerd als daar ruilmiddelen voor worden bijgemaakt. De omvang van de hoeveelheid geld volgt dan de omvang van de groei van de economie. Maar in de praktijk gebeurt er iets héél anders. Wezenlijk anders. Het erbij gemaakte geld wordt niet “zomaar” in omloop gebracht, het wordt tegen RENTE in omloop gebracht. Dàt heeft tot gevolg dat er alsmaar méér van moet worden gemaakt, ook zonder dat de èchte economie groeit. Er ontstaat groeidwang, want om niet ten onder te gaan aan inflatie, moet de reële economie ook groeien. Dat hele proces leidt tot speculatie, koerswinsten en -verliezen, hyper complexe financiële producten, gevaarlijke waarderingen (“Ratings”: drie dagen voor haar ineenstoring werd Freddy mac nog AAA gewaardeerd!) en dus: luchtbellen en ineenstortingen. En nog afgezien daarvan. Al zou de groei van de reële economie een groei van de financiële economie bij kunnen houden, dan zou die economie elke 17 jaar in waarde/omvang moeten verdubbelen. Op den duur volstrekt kansloos en op de wat minder lange termijn al héél schadelijk. We leven dus in een illusie.

Rente, een exponentieel probleem.

Stel dat Jozef, de vader van Jezus bij diens geboorte een cent op een bank had kunnen zetten tegen 3,6% rente. Weet u wat u daarvoor vandaag zou kunnen kopen? Denk maar mee: 1,036 tot de macht 2013. Als je dat uitrekent koop je 942 massieve aardbollen van goud! Een astronomische waarde en totáál ondenkbaar in de realiteit. Rente is dus eigenlijk levensgevaarlijk. Vandaag de dag bestaat de kostprijs van alle producten voor meer dan 40% uit verborgen rente. Rente die nodig was voor de financiering van de fabriek, de machines, het huis van elke werknemer, etc. Ook die lieve Triodos bank en de natuurlijke SNS dragen dus bij aan het grootste probleem in de wereld: de ziekte van ons geld. En in tegenstelling tot wat Triodos beweert, maakt zij zich gezien haar balans ook schuldig aan het z.g. fractioneel bankieren: meer geld uitlenen dan je hebt, c.q. op je balans kunt verantwoorden. Natuurlijk, Triodos is het beste jongetje van de klas, maar niettemin: op de verkeerde school!

Wat kunnen we doen? Duurzaam financieren.

We lijken machteloos tegen het enorme kartel van de banken en de staatsmacht die dat kartel mede in standhoudt, maar we kunnen wat doen. Sterker nog: We kunnen dat hele “to big to fail” systeem als een kaartenhuis in elkaar laten zakken, zonder schade voor de gewone mens. Wàt moeten we doen? Dit:

1- we moeten ons realiseren dat we het geld vrij van rente moeten maken.

2- we moeten zelf “de boekhouding” doen.

Bankieren is niet meer dan boekhouden. Wat de een aan waarde levert, koopt de ander. Of je nu kasgeld, kralen, spiegeltjes of digits op een server gebruikt: als je de balans houdt kun je economie maken. In Zweden en Denemarken kent men de rentevrije JAK-bank. In Duitsland kennen we de oZB, de ohne Zins Bewegung. Die zijn, net als in Nederland Fair4all(.nl) heel anders dan de z.g. LETS-systemen. Bij die laatste worden vooral kleinschalige diensten en producten aangeboden. Voor gas in je fornuis of stroom uit je stopcontact of een flinke partij zonnecollectoren kun je er nog niet terecht. Ik ben ervoor dat we kleinschalige systemen naast de euro oprichten. Gezamenlijk hebben die een enorme draagkracht. Terwijl de draagkracht groeit, mogen de euro en de gewone banken rustig in elkaar zakken.

b193

Duurzaam, want in balans.

Even omdenken. Stel je voor: Een flink woonhuis wordt gerealiseerd in 3000 manuren. Heel grof: twee manjaar. Tel daar het materiaal bij. Dat kost ongeveer even veel. Dat moet je dan toch met 4 manjaar van jezelf kunnen vereffenen in plaats van 30 jaar hypotheek?

De grond duur? De Duitse professor Margrit Kennedy wil in haar boek “Interest- and Inflation-free money” de grond in maatschappelijk eigendom geven. Het idee is leuk, maar ik denk dat als dat de staat is of een nutsbedrijf, dat we dan nog steeds geweldige graaipraktijken zullen zien. Ik ben ervoor de grond in collectief particulier eigendom te geven en bouwgrond niet anders te prijzen dan landbouwgrond. In Marinaleda(.com, in Spanje) zijn ze daarin als socialisten wat verder gegaan dan ik zou doen, maar men woont er héél betaalbaar. Tientjes in de maand! Het Nederlandse Fair4all is wellicht een goed begin.

Een gezonde economie in een paar woorden:

  1. Economie is een gevolg van menselijke activiteit, geen oorzaak
  2. Het ruilmiddel voor de activiteit is rentevrij en vrij van speculatie
  3. De economie kàn groeien door activiteit, maar mòet dat niet (vanwege rente)

Als je het me deze stellingen eens bent -er is nog veel over te vertellen – google er dan maar eens even op.

 

duurzaam bouwen, een paar basistips

Een goed begin is het halve werk. Dat geldt zeker ook als je plannen hebt je huis duurzaam te gaan bouwen. Door rekening te houden met een aantal zaken voordat je daadwerkelijk jouw duurzame woning gaat bouwen bespaar je jezelf een hoop tijd, geld en ergernis.

  • Oriënteer je woning zo dat bezonning een genot is en geen bedreiging van opwarming.
  • Maak een programma van eisen met toekomstperspectief. Het is zonde als je over vijf jaar alweer moet gaan verbouwen.
  • Investeer vooral in de gebouwschil. Die blijft lang. Mooie technische apparaten zijn elke paar jaar verouderd.
  • Maak je huis “afbreekbaar”: Gebruik zoveel mogelijk materiaal dat aan het eind van de levensduur met een gerust hart de tuin, de kachel en nog liever: opnieuw de fabriek of een nieuw gebouw in kan. Of het nu Bio-based, Cradle to Cradle of ecologisch heet doet er minder toe.
  • Maak je huis flexibel, maar wel karakteristiek. Beeldarme gebouwen hebben maatschappelijk een korte levensduur.
  • Maak een ademende constructie en denk aan de temperatuur van binnenoppervlakken in minder goed geventileerde delen.
  • Detailleer alsof het ook horizontaal kan regenen. Dat doet het namelijk af en toe!
  • Laat de eventueel betrokken architect vooral niet experimenteren met jouw huis als je de risico’s niet op waarde kunt schatten.
  • Zondig nooit tegen deze gouwe ouwe: maak altijd voldoende afschot op daken en in riolering.
  • Leg in ruime mate lege buizen aan. Het is buitengewoon handig om in de toekomst nog eens ergens een kabeltje heen te kunnen trekken. (van al die draadloze elektromagnetische velden komen we namelijk nog wel een terug)
  • Stort geen kanalen in een betonvloer. Je kunt er namelijk nooit meer iets aan veranderen.
  • Houd een kruipruimte van behoorlijke hoogte. Je zult zien dat je er af en toe toch in moet werken.

Al deze tips zijn ieder voor zich natuurlijk al een blog waard. Bij een paar zal dat er ook wel van komen.

Duurzaam bouwen? Goed contracteren!

Van de bijna 25 jaar dat ik architect ben, ben ik een aanzienlijk deel van mijn tijd bezig met het opvoeden van aannemers. Duurzaam bouwen zit nog maar een handjevol mensen “in het bloed”.  Een goed plan, met goede details is natuurlijk essentieel, maar het belang van een goed contract wordt vaak onderschat. Een deugdelijk bestek en vooral: deugdelijke voorwaarden zijn doorslaggevend. Je relatie met de aannemer is als bouwtraject weliswaar betrekkelijk kort, maar tòch wil je een duurzame (ecologische èn qua levensduur en garanties) toekomst voor je huis. De aansprakelijkheid van de aannemer moet dus goed geregeld zijn. Is dat ook specifiek van belang voor duurzaam bouwen? Ja. Lees maar.

UAV 1989 (oude UAV)

In de bouw kennen we sinds jaar en dag de UAV. (1989), de Uniforme Administratieve Voorwaarden. Daar staan allerlei belangrijke zaken in voor de verhouding opdrachtgever aannemer: Planning, financiële afwikkeling, oplevering, aansprakelijkheden, geschillenregeling, wat te doen in gevallen van wanprestatie of juist overmacht, etc. Een nuttig werkje dus.

Toch is het verstandig in bestekken nog wat aanvullende of vooral: afwijkende voorwaarden te stellen. De boetebepaling voor termijnoverschrijding is bijvoorbeeld aan de lage kant, zeker omdat gevolgschade en/of bedrijfsschade zijn uitgesloten. Verder adviseer ik vaak opdrachtgevers om het arbitraal beding uit de UAV ter zijde te stellen en in gevallen van geschillen een beroep te doen op hetzij mediation, hetzij de burgerrechter. De ervaring leert namelijk dat Arbitrage tamelijk “bouwwereldgezind” is. Dat wil zeggen: in het nadeel van de consument uitvalt. Een aanfluiting in deze tijd. In de UAV 1989 is een beperking opgenomen voor aansprakelijkheid van de aannemer na oplevering: 5 jaar, en dan moet de tekortkoming tamelijk ernstig zijn èn “ondanks nauwlettend toezicht” niet kenbaar zijn geweest. Alleen als het werk geheel of gedeeltelijk vergaat was de aansprakelijkheid tot 10 jaar na oplevering mogelijk. Het is verstandig in een bestek een verzwaring van die voorwaarde op te nemen, want normaal gesproken voert een architect geen dagelijks toezicht. De architect voert meestal alleen directie. Dat is een wezenlijk verschil.

Voor een opdrachtgever die duurzaam bouwen voorstaat en bijvoorbeeld een goede winddichting in bestek en tekeningen heeft laten uitwerken, is deze regeling erg slecht: Als in het houtskelet de wind uit de stopcontacten waait, dan heeft de aannemer vermoedelijk een potje gemaakt van de winddichting. Een ernstig gebrek in de zin van de UAV is het echter niet. Je staat als duurzaam bouwer dan met lege handen richting aannemer.

UAV 2012

De nieuwe UAV is ten aanzien van dit onderdeel aansprakelijkheid van de aannemer nog veel ongunstiger. Door een subtiele verschuiving van artikelen en leden (met name dat van par. 12 de regel van lid 2a in lid 4 terecht is gekomen) is het vereiste van ‘ondanks nauwlettend toezicht’ ook gaan  gelden voor de aansprakelijkheid voor het geheel of gedeeltelijk vergaan van het werk!! Dat kan héél nadelig uitpakken voor de opdrachtgever (over de veranderingen van UAV 1989 naar UAV 2012 komt nog een aparte blog).

De COVO 2010

De Vereniging Eigen Huis heeft in samenwerking met Bouwgarant de Consumentenvoorwaarden 2010 opgesteld. Minder compleet dan de UAV, maar beter leesbaar voor de ongeschoolde consument, beter ook van rechten voor de consument. Met name de aansprakelijkheid na oplevering is veel meer consumentvriendelijk: de aansprakelijkheid is in de COVO niet langer verbonden aan “nauwlettend toezicht” en bovendien is “geheel of gedeeltelijk vergaan” niet langer leidend naar een aansprakelijkheid van 20 jaar, maar een gebrek dat “de hechtheid van de constructie of een wezenlijk onderdeel daarvan aantast of in gevaar brengt, hetzij het werk ongeschikt maakt voor zijn bestemming.”

Mijn advies: Schrijf in het bestek dat afwijkingen van voor duurzaam bouwen belangrijke aspecten als winddichting, condensbeheersing, ventilatie etc. óók ernstige gebreken zijn. Contracteer dus minstens onder een door het bestek aangepaste UAV (voor werken duurder van 350.000,-) en gebruik de Covo 2010 voor de kleinere werken, eventueel aangevuld met nuttige bepalingen uit de UAV en het bestek.

 

Earthships ofwel aardehuizen, zijn die duurzaam?

Het principe van Earthships, of  in het Nederlands: aardehuizen, is uitgedacht door een Amerikaan.  Architect en “garbage warrior” Michael Reynolds. Mooi dat het een Amerikaan was. (VS: 5% van de wereldbevolking, maar 25% van de totale energieconsumptie.)  Reynolds wilde in zijn Earthships hoogwaardige afvalmaterialen een tweede leven geven. Autobanden, blikjes, flessen zijn de bekendste voorbeelden, maar gebruikt hout, oude metalen voor zetwerk komen ook vaak voor.

OFF-THE-GRID

Earthships worden vaak zo autarkisch mogelijk gebouwd. Dat wil zeggen: zelfvoorziend. Op zich een duurzame gedachte. Het ideaal is een aardehuis “off-grid” te maken. Niet aangesloten op water, elektriciteit, gas en riolering. In Nederland mag dat officieel niet. De eerste aardehuizen zijn daarnaast in veel warmere drogere gebieden gebouwd. Meer zonuren, warmere winters en andere klimaatomstandigheden, maken aardehuizen daar wel makkelijker. In steppe- en woestijngebieden ligt ook geen “grid”, daar is autarkie gewoon noodzaak.

In Nederland ligt alles anders. Vele graden koudere winters en zomers. Een lagere bodemtemperatuur en een veel hogere bodemgeleiding. Dat laatste zorgt er bijvoorbeeld voor dat je minder makkelijk warmte in de bodem onder je aardehuis kunt opslaan. Het eerste Earthship in Nederland, het theehuis te Zwolle, staat een flink deel van de tijd met uitgeputte accu’s. Kennelijk heeft men verzuimd de energievraag goed uit te dokteren en te balanceren met de energieopbrengst via collectoren. De remedie die in Duitsland gemakkelijk toegepast kan worden-  ruimschoots collectoroppervlak aanbrengen en het overschot electriciteit terugvoeden aan het net – werkt in Nederland nog niet goed. Mogelijk heeft hen dat tegengewerkt, maar toch….Je bouwen moet ook duurzaam in het denken zijn, toch?

DOE HET ZELF

Een ander gevaar van aardehuizen is de doe het zelf aanpak. Dat geldt zowel voor bouwen als voor ontwerpen. Ik heb van nabij gezien dat aardehuis-bouwers in hun ontwerpen bijvoorbeeld een slaapkamer maken met alleen een dakraam. “Daar slaap je toch alleen maar?” Een begrijpelijke opmerking, want vanwege de dwang van de zuidoriëntatie is de verleiding groot om ruimten die niet persé daglicht nodig hebben tegen de blinde noordgevel te projecteren. Wel licht, geen uitzicht, dus. Ik denk dat men daar spijt van gaat krijgen. Onder het ideaal van het duurzaam bouwen sneuvelt een archetypisch fundament: de latente behoefte van de mens op de horizon te kunnen zien. Je begint duurzaam, maar je eindigt misschien bij te vroege verbouwingen of zelfs sloop.

Met hetzelfde gemak worden bouwmethodische en bouwfysische waarden soms overboord gezet. Een zeer zware isolatie onder een dampdicht (plat vegetatie) dak bijvoorbeeld, moet je met een heel goed uitgevoerde dampremmende laag uitvoeren. Een fikse folie, waarvan alle naden gelijmd/getaped worden. Doe je dat niet, dan krijg je onherroepelijk vochtproblemen. Verder zie ik de doe het zelfbouwers rustig aluminium of stalen lekdorpels onder kozijnen aan de zijkant in mortel eindigen. Fijn. Geen kit. Maar de uitzetting en krimp van het metaal kunnen niet worden opgevangen. Het lekt al een week nadat je het gemaakt hebt. Niet duurzaam dus, als je niet oppast.

DWINGENDE STEDENBOUW

Een nadeel van het bouwprincipe van Earthships, als je er tenminste een hele wijk van maakt, is dat ze nagenoeg zuiver zuid georiënteerd staan. Zuidgevels glas, noordgevels een gesloten aarden wal. Je krijgt dus tamelijk “eenzijdige “straatjes met maar aan één kant ramen en deuren en de ander kant gesloten.  Voor het buurtgevoel lijkt me dat niet goed en ik denk dat je erváárt dat al die huizen in slagorde staan, ook als je maar in één straat tegelijk bent. De vraag is of zo’n wijk gaat of minstens: blijft “leven” als de eerste jaren van idealisme voorbij zijn en het dagelijks leven zijn plaats krijgt. De vraag is daarmee dus of het principe sociaal duurzaam zal blijken.

LOL

Vast staat wel dat aardehuizen vreselijk lollige dingen zijn en dat samen bouwen héél bevredigend is. Je uitleven met mozaïek, leemkunstwerken, gekleurde flessenbodem-wanden, wie wil dat niet. Het idee je eigen huis te bouwen is óók een archetypisch sterke werking in mensen. En dan: Tevreden bij de houtkachel of nog liever: de leemkachel zitten na al dat inspannende werk en elkaar gelukzalig aankijken…wat wil je nog meer? Nou: een duurzame toekomst.

TOEKOMST?

Het is natuurlijk nog véél te vroeg om er echt iets zekerheid over te kunnen stellen, maar een paar voorspellingen durf ik wel aan: Ik denk dat veel zelfbouwers zich sterk zullen vergissen in de hoeveelheid tijd die zelfbouw vraagt. Ik denk ook dat we heel veel kinderziekten zullen zien en dus betrekkelijk veel sloop, wegwerp en aanpassingen. Ik denk dat de eerste bewoners al hun inzet en moeite graag vertaald zullen zien in een flinke waardestijging. De bouw is dan wellicht goedkoop, maar bij de eerste eigenaarswisseling is dat voordeel wellicht verkeken. En dan: koop je een aardehuis met een slaapkamer met alleen een dakraam? Voor drie ton?

Het zal dus nog moeten blijken of Earthsips of aardehuizen wèrkelijk duurzaam zijn.

Duurzaam ecologisch, een pleonasme?

Duurzaam ecologisch, is dat een pleonasme?

Dat groen gras een pleonasme is hoef ik niet uit te leggen, toch? Dat is de stijlfiguur. Eigenlijk zou duurzame ecologie ook zo’n stijlfiguur moeten zijn. Een ecologisch gebouw zou vanzelf ook duurzaam moeten zijn. Dat wil zeggen: heel lang mee moeten gaan.

Duurzaam

Duurzaam is de laatste jaren een groot begrip geworden. Het installeren van waterbesparende toiletjes of het toepassen van betonnen kanaalplaatvloeren noemen veel mensen al duurzaam. Wat mij betreft is dat wat te gemakkelijk. Natuurlijk besparen kanaalplaatvloeren een beetje beton. We pasten ze veertig jaar geleden ook al toe:  uit oogpunt van prijs. Wat mij betreft houden we de taal zuiver: Duurzaam betekent dan: gaat lang mee.

Ecologisch

Een ecologisch gebouw moet wat mij betreft ook zo uitgedacht zijn dat het lang meegaat. Onbehandeld hout is prachtig, maar moet zo gedetailleerd dat water er makkelijk afloopt en dat het hout dan snel kan drogen. Een sponning voor beglazing altijd even schilderen, ook als je kozijn verder onbehandeld is. Een spouw onder en boven goed ventiler. Verf op de gevel? Niet al te donker nemen (dan wordt het te heet!). Soms moet je de open deur toch intrappen: de buitenrand van het balkon lager dan de binnenrand. Een kilgoot? Maak hem zo breed dat je erin kunt lopen. Folie als waterkering achter oude dakpannen? Neem hem UV-bestendig. Anders is ie in twee jaar weg. Je gelooft het niet, maar dit soort simpele dingen wordt niet altijd gedaan. Het zijn vele kleine details die een ecologisch gebouw duurzaam maken.

Een slecht voorbeeld van ecologische bouw

Recent werd ik als expert weer eens betrokken bij een geschil tussen een opdrachtgever en een zich ecologisch noemende aannemer. Het resultaat van de bouw was betreurenswaardig. Inwaterende, sterk werkende details, met kit als primaire waterdichting.

ecologisch bouwen wil niet altijd zeggen duurzaam bouwen.

duurzaam bouwen moet betekenen: lang meegaan èn ecologisch zijn, maar dit detail is “morgen” al lek.

De dakbedekking van EPDM-folie had afschuwelijk scherpe plooien omdat de verticaal te maken dakdoorvoeren als horizontaal geplaatste uitlopen waren gebruikt. Dakopstandjes van vijf centimeter waar die vijf centimeter ook alleen maar bestonden omdat de dakbedekking tegen het kozijn was aangeplakt. Koudebruggen van aan het buitenklimaat geëxposeerde vloeren en stalen kolommen en zo nog véél meer. Een draak van een huis dus, dat al lekte voor het opgeleverd was en een paar maanden later een hele serie ellendige momenten achter de rug heeft.

Ecologie? Geweldig, maar verzaak NOOIT bewezen bouwtechniek en materiaaltoepassing.

Mijn persoonlijke ervaring is (mede door mijn betrokkenheid in zaken als schade-expert) dat je beter een goede ecologisch architect kunt hebben en een goede, gewone aannemer die moet worden opgevoed in ecologisch denken, dan een gewone architect en een ecologisch aannemer. Het is namelijk veel moeilijker om een ontwerp dat niet vanaf het eerste concept ecologisch is, na aanbesteding alsnog zo te krijgen, dan een goed ontworpen gebouw ook goed door een aanbesteding heen te slepen.

Het oude gezegde gaat dus ook hier op: Bezint eer ge begint. Modern vertaald: Liever vóórdenken in plaats van nadenken.

Source to Source, het nieuwe Cradle to Cradle. Totale duurzaamheid

Cradle to Cradle ? Liever Source to source !

De afgelopen jaren heeft de wereld de mond vol gekregen over Cradle to Cradle.  Een geweldig concept van Michaël Braungart en William McDonaugh.  Niet denken van wieg tot graf, maar van wieg tot wieg. Afval (graf) bestaat dus niet meer, afval is voedsel en zo maak je de kringloop (bijna) rond.  Zo heeft het C2C-conept nog meer briljante kanten en die hebben gretig navolging gekregen, ook van de grootste bedrijven in de wereld. Prachtig, vooral doen.

Het is nu belangrijk dat de voorhoede nog een stap verder doet.  Niet zo zeer in het produceren/maken alswel in het denken.  Als je ergens van aan de wieg (cradle) staat, je het belangrijkste gemist hebt: de schepping en de geboorte. Ik wil dan ook graag denken van Bron tot Bron. Daarom heb ik enige tijd geleden op LinkedIn de kreet Source to Source gelanceerd.  S2S, aardig dat die afkorting ook kan staan voor See to See, voor wie ogen heeft om te zien.  Zijn er al voorbeelden van Source to source ? Ja, om er een paar te noemen  “Fair Banking” en “de Huiscombine”. Even een korte beschrijving van die twee.

Fair Banking/ Fair4all

Bij Fair banking / Fair4all gaat het om een nieuwe bankvorm en een nieuwe valuta die als belangrijkste uitgangspunt hebben: U bent de bron van uw geld!   Als u een huis bouwt creëert ú (met een aannemer) het vermogen of waarde,  maar u betáált voor het feit dat iemand ergens cijfertjes op een server maakt waarmee dat vermogen “te gelde” (liquide) wordt gemaakt.  En dat niet alleen,  u moet ook véél meer terugbetalen dan u leent.  Niet eens een gewone winst van zeg 15%, maar elk jaar  een paar procent gedurende b.v. dertig jaar. Rente noemen we dat, en dat vinden we nog gewoon ook, terwijl de schokkende waarheid is dat u 300% op de “geleende” som geld betaalt. Alleen al in rijke landen is 80% van de mensen netto rente betaler tegenover 10% neutralen en 10% netto renteontvangers. Wereldwijd gezien ligt die verhouding nog veel schever: 98% is netto rente betaler voor 1,5% neutralen en een HALF procent netto ontvangers. Te gek voor woorden en inderdaad DE ziekte van deze wereld.  Rente, voor zichzelf werkend geld, resulteert  in een dodelijke spiraal en dat kunt u zien aan het feit dat steeds meer “kleintjes” (rentebetalers als Ierland, Griekenland, Spanje) worden opgeslokt door steeds minder , maar grotere “groten” (renteontvangers).  Bij Fair Banking creëert U het geld, dat waardevast blijft en niemand door middel van rente benadeelt. Fair Banking is rentevrij en inflatievrij. Fair Baking stimuleert de lokale economie omdat geen import uit “lagenlonenlanden” kan plaatsvinden.  “You are the source of your money” en zo gaan we van source to source.

Huisprinter (zie ook projectpagina voor illustraties)

De huisprinter of nog liever: de huis-combine.  Die is er nog niet, maar dit is hetconcept  zoals dat uit source to source denken voortkomt: Op dit moment kunnen we van mais en lijnzaad kunststoffen maken, de z.g. PLA’s, de polylactiden . We kunnen ook van kunststoffen 3D-prints maken. Maquettes van huizen  zijn daarvan een goed voorbeeld.  We kunnen in 3D-prints al metalen opnemen, bedoeld voor geleiding (printplaten voor electronica), maar ook bruikbaar voor constructieve sterkte. Aangezien we Twaron ook extruderen kun je je voorstellen dat een soortgelijke vezel gewoon meegenomen wordt. Tenslotte kunnen we vandaag al een aantal kunstsoffen (PS, PP en PE) geheel terugbrengen tot de oorspronkelijke grondstof: olie.  Nu kunnen we nog niet al die dingen met die ene of paar kunststoffen tegelijk, maar dat is een kwestie van tijd.  Dus is het idee: De huiscombine rooit het maïs of het lijnzaad en  maakt er kunststof(fen) van.  Met een of twee van die kunststoffen PRINT de combine ter plaatse een gebouw schaal 1:1 IN KLEUR uit.  Er hoeven nog maar een paar onderdelen in die misschien niet te printen zijn in kunststof, maar stel je voor: Het bronmateriaal wordt omgezet in een kunststof die zonder één brokje afval omgezet wordt in nagenoeg volledig vormvrij gebouw. In dat gebouw worden de bouwdelen, de leidingen, de kanalen èn de isolatie in één materiaal geprint. Idealiter is het materiaal damopen, is een aantal onderdelen zo geprint dat zij ook voor onderhoud uitgenomen kunnen worden en aan het eind van de levensduur of desnoods bij verhuizing komt de combine terug. Deze keer “snoept” de combine het huis geheel op en brengt het terug tot de oorspronkelijke kunststoffen, die in een tank kunnen worden getransporteerd naar de nieuwe bouwplaats.  U begrijpt: door alles ter plaatse te doen en vrijwel geen verliezen te hebben  is de energie-inhoud zeer gering. Wellicht zijn wat PV-panelen genoeg, gecombineerd met (gesloten CO2-balans!) ter plaatse stoken op de overgebleven plantaardige delen, genoeg voor de bouw. Op de projectpagina “huisprinter” vindt u enkele illustraties.  Bijkomend voordeel van de methode is precisie, vrijheid van uitvoeringsfouten, geen zwaar belastende arbeid en let maar op: een enorme besparing in bouwkosten, zeker met Fair4all als financier.