5G en ander G-doe. (deel 1)

Deel 1: Zorgelijk of niet; de basiskennis

Er is veel zorg over 5G, de jongste generatie electromagnetische frequentiebanden voor de overdracht van telefoon, data en andere bestanden.

Is die zorg nu terecht of niet? Ik zeg: “JA!” en eigenlijk vinden de meeste niet-belanghebbende onderzoekers dat ook. En niet alleen 5G, net zo goed de oudere generaties 4G, 3G, etc. En daar schuilt natuurlijk het grote probleem: als je eenmaal toegeeft dat de electromagnetische velden ongezond zijn, dan heb je al drie decennia misdragingen achter de rug als rijksoverheid, antennelokatiehouder, telecomprovider of gemeente.

Waarom zegt de ene partij nu dat er niks aan de hand is en de andere wel, en waar baseer ik me op?

Ik baseer me op wetenschappelijk onderzoek van zo onafhankelijk mogelijke onderzoekers. Maar alvorens die aan het woord te laten eerst even dit:

Straling of velden

In principe is er geen onderscheid tussen velden en straling, maar in de wandelgangen is gebruikelijk dat men bij lagere frequenties van electromanetische golven spreekt van velden en bij hogere frequenties van stralig. De grens ligt globaal bij het ultraviolette licht. Licht? Ja, licht. Ook licht bestaat ook “gewoon” uit electromagnetische golven, maar dan in het gebied dat voor ons oog waarneembaar is.

Ioniserend en niet-ioniserend

De grote tweedeling tussen onderzoekers betreft ioniserende straling en niet-ioniserende straling. Met de frequentie van electromagnetische straling neemt ook de energie van de straling toe: ioniserende straling héét ioniserend omdat ze in staat is electronen van atomen af te slaan, zodat ze ionen worden en dan een ander gedrag gaan vertonen. Röntgenfoto’s worden met ioniserende straling gemaakt daarom staat de arts ook achter beschermend materiaal.

Niet-ioniserende straling is dus niet in staat om electronen van atomen af te slaan, maar dat wil nog niet zeggen dat je er geen effecten op voorwerpen en weefsel mee kunt bewerkstelligen. Je hebt aan een antenne in de lucht genoeg om een signaal op te pakken waarmee je – versterkt – een radio kunt laten spelen.

Simpel en in mijn eigen woorden gezegd: Als je bijvoorbeeld met een hartfilmpje maakt, kun je die héééle kleine millivolts meten die door zeneuwen lopen. Omgekeerd kun je dan toch ook met een nog maar heel zwak electromagnetisch veld die zenuwstromen beïnvloeden?