Author Archives: michael

Earthships ofwel aardehuizen, zijn die duurzaam?

Het principe van Earthships, of  in het Nederlands: aardehuizen, is uitgedacht door een Amerikaan.  Architect en “garbage warrior” Michael Reynolds. Mooi dat het een Amerikaan was. (VS: 5% van de wereldbevolking, maar 25% van de totale energieconsumptie.)  Reynolds wilde in zijn Earthships hoogwaardige afvalmaterialen een tweede leven geven. Autobanden, blikjes, flessen zijn de bekendste voorbeelden, maar gebruikt hout, oude metalen voor zetwerk komen ook vaak voor.

OFF-THE-GRID

Earthships worden vaak zo autarkisch mogelijk gebouwd. Dat wil zeggen: zelfvoorziend. Op zich een duurzame gedachte. Het ideaal is een aardehuis “off-grid” te maken. Niet aangesloten op water, elektriciteit, gas en riolering. In Nederland mag dat officieel niet. De eerste aardehuizen zijn daarnaast in veel warmere drogere gebieden gebouwd. Meer zonuren, warmere winters en andere klimaatomstandigheden, maken aardehuizen daar wel makkelijker. In steppe- en woestijngebieden ligt ook geen “grid”, daar is autarkie gewoon noodzaak.

In Nederland ligt alles anders. Vele graden koudere winters en zomers. Een lagere bodemtemperatuur en een veel hogere bodemgeleiding. Dat laatste zorgt er bijvoorbeeld voor dat je minder makkelijk warmte in de bodem onder je aardehuis kunt opslaan. Het eerste Earthship in Nederland, het theehuis te Zwolle, staat een flink deel van de tijd met uitgeputte accu’s. Kennelijk heeft men verzuimd de energievraag goed uit te dokteren en te balanceren met de energieopbrengst via collectoren. De remedie die in Duitsland gemakkelijk toegepast kan worden-  ruimschoots collectoroppervlak aanbrengen en het overschot electriciteit terugvoeden aan het net – werkt in Nederland nog niet goed. Mogelijk heeft hen dat tegengewerkt, maar toch….Je bouwen moet ook duurzaam in het denken zijn, toch?

DOE HET ZELF

Een ander gevaar van aardehuizen is de doe het zelf aanpak. Dat geldt zowel voor bouwen als voor ontwerpen. Ik heb van nabij gezien dat aardehuis-bouwers in hun ontwerpen bijvoorbeeld een slaapkamer maken met alleen een dakraam. “Daar slaap je toch alleen maar?” Een begrijpelijke opmerking, want vanwege de dwang van de zuidoriëntatie is de verleiding groot om ruimten die niet persé daglicht nodig hebben tegen de blinde noordgevel te projecteren. Wel licht, geen uitzicht, dus. Ik denk dat men daar spijt van gaat krijgen. Onder het ideaal van het duurzaam bouwen sneuvelt een archetypisch fundament: de latente behoefte van de mens op de horizon te kunnen zien. Je begint duurzaam, maar je eindigt misschien bij te vroege verbouwingen of zelfs sloop.

Met hetzelfde gemak worden bouwmethodische en bouwfysische waarden soms overboord gezet. Een zeer zware isolatie onder een dampdicht (plat vegetatie) dak bijvoorbeeld, moet je met een heel goed uitgevoerde dampremmende laag uitvoeren. Een fikse folie, waarvan alle naden gelijmd/getaped worden. Doe je dat niet, dan krijg je onherroepelijk vochtproblemen. Verder zie ik de doe het zelfbouwers rustig aluminium of stalen lekdorpels onder kozijnen aan de zijkant in mortel eindigen. Fijn. Geen kit. Maar de uitzetting en krimp van het metaal kunnen niet worden opgevangen. Het lekt al een week nadat je het gemaakt hebt. Niet duurzaam dus, als je niet oppast.

DWINGENDE STEDENBOUW

Een nadeel van het bouwprincipe van Earthships, als je er tenminste een hele wijk van maakt, is dat ze nagenoeg zuiver zuid georiënteerd staan. Zuidgevels glas, noordgevels een gesloten aarden wal. Je krijgt dus tamelijk “eenzijdige “straatjes met maar aan één kant ramen en deuren en de ander kant gesloten.  Voor het buurtgevoel lijkt me dat niet goed en ik denk dat je erváárt dat al die huizen in slagorde staan, ook als je maar in één straat tegelijk bent. De vraag is of zo’n wijk gaat of minstens: blijft “leven” als de eerste jaren van idealisme voorbij zijn en het dagelijks leven zijn plaats krijgt. De vraag is daarmee dus of het principe sociaal duurzaam zal blijken.

LOL

Vast staat wel dat aardehuizen vreselijk lollige dingen zijn en dat samen bouwen héél bevredigend is. Je uitleven met mozaïek, leemkunstwerken, gekleurde flessenbodem-wanden, wie wil dat niet. Het idee je eigen huis te bouwen is óók een archetypisch sterke werking in mensen. En dan: Tevreden bij de houtkachel of nog liever: de leemkachel zitten na al dat inspannende werk en elkaar gelukzalig aankijken…wat wil je nog meer? Nou: een duurzame toekomst.

TOEKOMST?

Het is natuurlijk nog véél te vroeg om er echt iets zekerheid over te kunnen stellen, maar een paar voorspellingen durf ik wel aan: Ik denk dat veel zelfbouwers zich sterk zullen vergissen in de hoeveelheid tijd die zelfbouw vraagt. Ik denk ook dat we heel veel kinderziekten zullen zien en dus betrekkelijk veel sloop, wegwerp en aanpassingen. Ik denk dat de eerste bewoners al hun inzet en moeite graag vertaald zullen zien in een flinke waardestijging. De bouw is dan wellicht goedkoop, maar bij de eerste eigenaarswisseling is dat voordeel wellicht verkeken. En dan: koop je een aardehuis met een slaapkamer met alleen een dakraam? Voor drie ton?

Het zal dus nog moeten blijken of Earthsips of aardehuizen wèrkelijk duurzaam zijn.

Duurzaam ecologisch, een pleonasme?

Duurzaam ecologisch, is dat een pleonasme?

Dat groen gras een pleonasme is hoef ik niet uit te leggen, toch? Dat is de stijlfiguur. Eigenlijk zou duurzame ecologie ook zo’n stijlfiguur moeten zijn. Een ecologisch gebouw zou vanzelf ook duurzaam moeten zijn. Dat wil zeggen: heel lang mee moeten gaan.

Duurzaam

Duurzaam is de laatste jaren een groot begrip geworden. Het installeren van waterbesparende toiletjes of het toepassen van betonnen kanaalplaatvloeren noemen veel mensen al duurzaam. Wat mij betreft is dat wat te gemakkelijk. Natuurlijk besparen kanaalplaatvloeren een beetje beton. We pasten ze veertig jaar geleden ook al toe:  uit oogpunt van prijs. Wat mij betreft houden we de taal zuiver: Duurzaam betekent dan: gaat lang mee.

Ecologisch

Een ecologisch gebouw moet wat mij betreft ook zo uitgedacht zijn dat het lang meegaat. Onbehandeld hout is prachtig, maar moet zo gedetailleerd dat water er makkelijk afloopt en dat het hout dan snel kan drogen. Een sponning voor beglazing altijd even schilderen, ook als je kozijn verder onbehandeld is. Een spouw onder en boven goed ventiler. Verf op de gevel? Niet al te donker nemen (dan wordt het te heet!). Soms moet je de open deur toch intrappen: de buitenrand van het balkon lager dan de binnenrand. Een kilgoot? Maak hem zo breed dat je erin kunt lopen. Folie als waterkering achter oude dakpannen? Neem hem UV-bestendig. Anders is ie in twee jaar weg. Je gelooft het niet, maar dit soort simpele dingen wordt niet altijd gedaan. Het zijn vele kleine details die een ecologisch gebouw duurzaam maken.

Een slecht voorbeeld van ecologische bouw

Recent werd ik als expert weer eens betrokken bij een geschil tussen een opdrachtgever en een zich ecologisch noemende aannemer. Het resultaat van de bouw was betreurenswaardig. Inwaterende, sterk werkende details, met kit als primaire waterdichting.

ecologisch bouwen wil niet altijd zeggen duurzaam bouwen.

duurzaam bouwen moet betekenen: lang meegaan èn ecologisch zijn, maar dit detail is “morgen” al lek.

De dakbedekking van EPDM-folie had afschuwelijk scherpe plooien omdat de verticaal te maken dakdoorvoeren als horizontaal geplaatste uitlopen waren gebruikt. Dakopstandjes van vijf centimeter waar die vijf centimeter ook alleen maar bestonden omdat de dakbedekking tegen het kozijn was aangeplakt. Koudebruggen van aan het buitenklimaat geëxposeerde vloeren en stalen kolommen en zo nog véél meer. Een draak van een huis dus, dat al lekte voor het opgeleverd was en een paar maanden later een hele serie ellendige momenten achter de rug heeft.

Ecologie? Geweldig, maar verzaak NOOIT bewezen bouwtechniek en materiaaltoepassing.

Mijn persoonlijke ervaring is (mede door mijn betrokkenheid in zaken als schade-expert) dat je beter een goede ecologisch architect kunt hebben en een goede, gewone aannemer die moet worden opgevoed in ecologisch denken, dan een gewone architect en een ecologisch aannemer. Het is namelijk veel moeilijker om een ontwerp dat niet vanaf het eerste concept ecologisch is, na aanbesteding alsnog zo te krijgen, dan een goed ontworpen gebouw ook goed door een aanbesteding heen te slepen.

Het oude gezegde gaat dus ook hier op: Bezint eer ge begint. Modern vertaald: Liever vóórdenken in plaats van nadenken.

van Cradle 2 Cradle naar Source 2 Source

U bent de bron van Uw geld.

Het Source to Source denken heeft mij op een ander idee ten aanzien van de financiering van bouwwerken en van geld in het algemeen gebracht. De man in het plaatje hiernaast, John Pierpont Morgan, vond dat hij c.q. zijn bank de bron van uw geld was.  Morgan, wiens bank (Morgan Chase) nog steeds bestaat en zeer veel anderen “overgenomen” (opgegeten) heeft vond net als alle andere bankiers vandaag, dat het gebruik van geld op basis van lenen dient te geschieden en wel met rente.

De bank brengt weliswaar geld in omloop dat door de Staat wordt gedrukt, maar u betaalt voor dat geld. En juist dat is nu een kromme gedachte. De essentie van economie is dat u uw inspanning ruilt tegen die van een ander. Daar hoeft niets anders aan te pas te komen.  Geld is alleen maar voor uitgevonden opdat we zo’n ruil niet altijd in natura hoeven doen en niet met zware uitwisselingsmiddelen als molenstenen of schepels graan hoeven te sjouwen. Meer is geld niet. Een uitwisselingsmiddel. Zeker in deze digitale wereld kan het gebruik van geld open source (jawel, source) en dus gratis zijn.

Des te gekker is het eigenlijk dat het geld dat wij allemaal gebruiken “geleend” is van “de bank” en dat de bank het in zijn hoofd gehaald heeft méér terug te vragen dan wordt uitgeleend. Dat laatste is ook niet een beetje of een vast winstpercentage, maar iets dat rente heet: elk jaar gedurende de looptijd vanb.v.  een grote (hypothecaire) lening 4-5% van dat bedrag.  Als u pakweg twee ton leent voor een huis, betaalt u bij 4% rente tot het eind van de looptijd ruim zes ton terug! Terwijl een leuke winst van 15% (waar aannemers in de bouw hun handjes voor zouden dichtknijpen) 30.000,- zou zijn betaalt u 400.000,-. Gek ? Ja, knettergek  en daarom in diverse religies eeuwenlang verboden. Er is niets tegen dat een bedrijf winst maakt of u kosten in rekening brengt voor handelingen en adviezen, maar wel tegen rente.

Een ecologisch architect moet ook ecologisch kunnen financieren

Ik heb al vanaf mijn jeugd rente iets geks gevonden, maar prof. Margrit Kennedy (hierboven) was ervoor nodig om mij te doen ontwaken: Het meest gevaarlijk aspect van rente is niet de dwaling van onze acceptatie ervan, maar het feit dat rente tot eeuwigdurende groei van de economie leidt. U hoort het politici, economen en deskundigen vaak zeggen: de economie moet groeien.  Alles wordt daar ook op ingezet, tot en met uw opvoeding tot consument, maar eigenlijk is het totale onzin en nog gevaarlijk ook. De economie kàn namelijk niet eindeloos groeien op een aardbol van beperkte omvang. Mijn conclusie over de crisis is dat we duidelijk uitvergroot onder onze neuzen krijgen dat we al eeuwen iets verkeerd doen.  Zorg wordt onbetaalbaar, kunst en cultuur worden onbetaalbaar, om van het bouwen maar niet te spreken. In haar boek “Inflation- en Interestfree Money” geeft prof. Kennedy haarfijn de vier grote fouten in het GELD-denken weer. Ik geef hieronder de positieve weergave van wat in haar boek “misconceptions”zijn

Duurzaam financieren noemen we niet ecologisch. Dat zou wel moeten.

Een natuurlijke economie kan gerust  zonder groei en zeker zonder exponentiële groei, zoals rente veroorzaakt.

Vrijwel iedereen betaalt altijd en overal rente, of je nu leent of niet. Er is zeer veel verborgen rente.

We worden allemaal verschillende beïnvloed door rente. In zeer pure diensten als zorg zit soms maar een paar procent rente. In de bouw daarentegen tot wel 70%. Zo is in Duitsland en Nederland 80% van de mensen netto rentebetaler en alleen zeer rijken netto ontvanger. Wereldwijd ligt die ratio nog schever.

Inflatie is volkomen overbodig. Als we anders met geld omgaan dan via rente, kan geld zijn waarde behouden.

Tijd dus voor een rentevrije economie. Ik draag eraan bij. U ook ?

van Cradle to Cradle naar Source to Source 1

Een echt huis 3D printen ??

Voor een ecologisch architect en een die van aaibare materialen en puur natuur houdt, is de gedachte van het printen van een huis niet voor de hand liggend. Het begon dan ook met het idee een huis uit in containers, mechanisch gestapelde latjes te “lamineren”.  Omdat daar al snel lijm aan te pas zou komen, was het direct printen een volgende stap. Er schuilen geweldige mogelijkheden in en een paar technieken hebben we al:

plastic voor een ecologisch architect ?ecologisch architect zoekt ecologisch bouwmateriaal. Duurzaam, gezond, anti-allergeen en dampopenecologisch bouwmateriaal om te printen3D-printen op ecologische wijze

We kunnen uit maïs en lijnzaad kunststoffen maken die we bioplastics of polylactiden noemen. We kunnen ook al 3D printen. (plaatjes van de firma Duoteq) Niet alleen in full-colour een onderdeel of een modelwielophanging, maar natuurlijk ook maquettes.

3D-print van Duoteq

Je kunt je voorstellen dat je dit ook gewoon schaal 1:1 doet. De printer is dan wel 20 meter breed en 10 meter hoog, maar die kun je als een kraan in grote delen opbouwen.  Electronica en laser heffen de onnauwkeurigheden op en zo kun je dan in een zeer grote mate van vormvrijheid een huis printen.

3D-print van een huis, is dat ecologisch, mijnheer de architect

Stel dat je aan 20 hectare maïs voldoende hebt voor de grondstoffen en de rest als brandstoffen (ook ter plaatse!) kunt aanwenden. Je hebt dan nauwelijks nog toegevoegde energie nodig. In het plaatje hierboven, is de “printer” (eigenlijk is het een soort super-combine)  net klaar met printen en ligt het maïsveld open. Het vergt even totaal anders denken dan we gewend zijn, maar dan kun je ook meteen de leidingen in de constructie “printen” en het isolatiemateriaal, dat vrijwel nooit anders is dan ingevangen stilstaande lucht, kan in dezelfde arbeidsgang meegenomen worden. Verstijvingsribben, sandwichconstructies en het mee-exetruderen uit een printkop van b.v. een Twaron- of glasvezel, kunnen de constructie ook meer dan voldoende sterk maken zonder staal.Onderdelen die slijten of onderhouden moeten worden kun je sluitend, maar demontabel meeprinten. De wielophanging boven is met alle onderdelen in één keer geprint, tot en met een draaiend kogellager!

Er is nagenoeg geen afval bij de bouw en als het huis ooit aan het einde van zijn levensduur komt dan bellen we Akinori Ito van Blest.  Die heeft nu al een machine die diverse plastics weer in olie om kan zetten. http://blest.co.jp/. Ik zie al voor me dat we ook die machine op grotere schaal kunnen maken en het eerder geprinte huis gewoon weer in olie en een paar kisten onderdelen omzetten en het op de gewenste locatie opnieuw printen.

Van de bron, naar de nieuwe bron. Daar gaat het om. Als je aan de wieg (cradle) van iets staat is dat ook prima, maar laten we vooral ook in termen van de conceptie en de geboorte denken.

Source to Source, het nieuwe Cradle to Cradle. Totale duurzaamheid

Cradle to Cradle ? Liever Source to source !

De afgelopen jaren heeft de wereld de mond vol gekregen over Cradle to Cradle.  Een geweldig concept van Michaël Braungart en William McDonaugh.  Niet denken van wieg tot graf, maar van wieg tot wieg. Afval (graf) bestaat dus niet meer, afval is voedsel en zo maak je de kringloop (bijna) rond.  Zo heeft het C2C-conept nog meer briljante kanten en die hebben gretig navolging gekregen, ook van de grootste bedrijven in de wereld. Prachtig, vooral doen.

Het is nu belangrijk dat de voorhoede nog een stap verder doet.  Niet zo zeer in het produceren/maken alswel in het denken.  Als je ergens van aan de wieg (cradle) staat, je het belangrijkste gemist hebt: de schepping en de geboorte. Ik wil dan ook graag denken van Bron tot Bron. Daarom heb ik enige tijd geleden op LinkedIn de kreet Source to Source gelanceerd.  S2S, aardig dat die afkorting ook kan staan voor See to See, voor wie ogen heeft om te zien.  Zijn er al voorbeelden van Source to source ? Ja, om er een paar te noemen  “Fair Banking” en “de Huiscombine”. Even een korte beschrijving van die twee.

Fair Banking/ Fair4all

Bij Fair banking / Fair4all gaat het om een nieuwe bankvorm en een nieuwe valuta die als belangrijkste uitgangspunt hebben: U bent de bron van uw geld!   Als u een huis bouwt creëert ú (met een aannemer) het vermogen of waarde,  maar u betáált voor het feit dat iemand ergens cijfertjes op een server maakt waarmee dat vermogen “te gelde” (liquide) wordt gemaakt.  En dat niet alleen,  u moet ook véél meer terugbetalen dan u leent.  Niet eens een gewone winst van zeg 15%, maar elk jaar  een paar procent gedurende b.v. dertig jaar. Rente noemen we dat, en dat vinden we nog gewoon ook, terwijl de schokkende waarheid is dat u 300% op de “geleende” som geld betaalt. Alleen al in rijke landen is 80% van de mensen netto rente betaler tegenover 10% neutralen en 10% netto renteontvangers. Wereldwijd gezien ligt die verhouding nog veel schever: 98% is netto rente betaler voor 1,5% neutralen en een HALF procent netto ontvangers. Te gek voor woorden en inderdaad DE ziekte van deze wereld.  Rente, voor zichzelf werkend geld, resulteert  in een dodelijke spiraal en dat kunt u zien aan het feit dat steeds meer “kleintjes” (rentebetalers als Ierland, Griekenland, Spanje) worden opgeslokt door steeds minder , maar grotere “groten” (renteontvangers).  Bij Fair Banking creëert U het geld, dat waardevast blijft en niemand door middel van rente benadeelt. Fair Banking is rentevrij en inflatievrij. Fair Baking stimuleert de lokale economie omdat geen import uit “lagenlonenlanden” kan plaatsvinden.  “You are the source of your money” en zo gaan we van source to source.

Huisprinter (zie ook projectpagina voor illustraties)

De huisprinter of nog liever: de huis-combine.  Die is er nog niet, maar dit is hetconcept  zoals dat uit source to source denken voortkomt: Op dit moment kunnen we van mais en lijnzaad kunststoffen maken, de z.g. PLA’s, de polylactiden . We kunnen ook van kunststoffen 3D-prints maken. Maquettes van huizen  zijn daarvan een goed voorbeeld.  We kunnen in 3D-prints al metalen opnemen, bedoeld voor geleiding (printplaten voor electronica), maar ook bruikbaar voor constructieve sterkte. Aangezien we Twaron ook extruderen kun je je voorstellen dat een soortgelijke vezel gewoon meegenomen wordt. Tenslotte kunnen we vandaag al een aantal kunstsoffen (PS, PP en PE) geheel terugbrengen tot de oorspronkelijke grondstof: olie.  Nu kunnen we nog niet al die dingen met die ene of paar kunststoffen tegelijk, maar dat is een kwestie van tijd.  Dus is het idee: De huiscombine rooit het maïs of het lijnzaad en  maakt er kunststof(fen) van.  Met een of twee van die kunststoffen PRINT de combine ter plaatse een gebouw schaal 1:1 IN KLEUR uit.  Er hoeven nog maar een paar onderdelen in die misschien niet te printen zijn in kunststof, maar stel je voor: Het bronmateriaal wordt omgezet in een kunststof die zonder één brokje afval omgezet wordt in nagenoeg volledig vormvrij gebouw. In dat gebouw worden de bouwdelen, de leidingen, de kanalen èn de isolatie in één materiaal geprint. Idealiter is het materiaal damopen, is een aantal onderdelen zo geprint dat zij ook voor onderhoud uitgenomen kunnen worden en aan het eind van de levensduur of desnoods bij verhuizing komt de combine terug. Deze keer “snoept” de combine het huis geheel op en brengt het terug tot de oorspronkelijke kunststoffen, die in een tank kunnen worden getransporteerd naar de nieuwe bouwplaats.  U begrijpt: door alles ter plaatse te doen en vrijwel geen verliezen te hebben  is de energie-inhoud zeer gering. Wellicht zijn wat PV-panelen genoeg, gecombineerd met (gesloten CO2-balans!) ter plaatse stoken op de overgebleven plantaardige delen, genoeg voor de bouw. Op de projectpagina “huisprinter” vindt u enkele illustraties.  Bijkomend voordeel van de methode is precisie, vrijheid van uitvoeringsfouten, geen zwaar belastende arbeid en let maar op: een enorme besparing in bouwkosten, zeker met Fair4all als financier.

Eco-architect, duurzaam bouwen of sustainablabla

Vandaag, 6 maart 2013, realiseerde ik me weer eens dat ik als eco-architect met twintig jaar ervaring wel zeer afwijkend ben van de meeste anderen die zich met duurzaam bouwen bezig houden.  Voor mij betekent duurzaam bouwen nog steeds: gebouwen maken die lang meegaan. Gebouwen die gezond zijn, uit onschadelijke, oneindig herwinbare materialen bestaan en die energie opleveren in plaats van kosten, die heten ecologisch. Ik ontwerp dus ecologische gebouwen.  Duurzaam bouwen wordt steeds meer een holle frase. Sustainablabla, zoals dat ludiek heet. Daar is een tijdje geleden een heel congres aangewijd. Mooie term !

Warmte- en koude opslag, warmtepompen, warmteterugwinning i.c.m. balansventilatie, CO2-gestuurde ventilatie, en meer van dat soort technieken zijn allemaal aardig, maar de ècht energiezuinige gebouwen hebben dat a priori een zeer goede schil, dus:  een zéér goede slimme  isolatie, een zéér goede oriëntatie en een slimme organisatie. Vooral als toevoeging wellicht collectoren, een simpele verwarming-tapwater combinatie, maar wat mij betreft: zo min mogelijk apparaten. Natuurlijke ventilatie blijkt na dertig jaar “duurzaam bouwen” het meest energiezuinig en gezond. Er is dus teveel sustainablabla. Binnenkort hopelijk wat cijfers ter onderbouwing.

zoek een architect, doe de test !

Zoekt u een architect ? Wilt u modern ? Wilt u dertiger jaren ? Frank LLoyd Wright ? Een boerderij ? Een notariswoning ? Of  wilt u een huis van de toekomst ? Een passiefhuis of Earthship ?  Een architect zou u in wezen met àl die vragen moeten kunnen helpen.  Een goed voorbeeld voor mij waren Buijs en Lürssen, die zowel het antroposofisch ziekenhuis in Scheveningen (organische architectuur) als het kantoor van “de Volharding” (de Stijl) ontwierpen. Totaal verschillende uitgangspunten.

Voor mij is vooral van belang wat de achtergrond van uw wensen is.  Want let wel: Toen Buijs en Lürssen hun meesterwerken bouwden, waren die op en top modern. Waarom grijpen we in deze tijd zoveel terug op beelden van “toen” ? Waarom worden dertiger jarenhuizen, notariswoningen, boerderettes en nog wat van dat soort anachronismen gevraagd?. Dat antwoord is duidelijk: er was in die tijd aandacht voor detail, voor geborgenheid en menselijke maat. Gebouwen waren “aanraakbaar”, rijk voor het oog om af te tasten en meestal veel gezonder dan nu.

Maar: de dertiger jaren ? Dat waren de crisisjaren ! Dat leverde leuke bouw op, maar de imitaties die je daarvan in deze tijd ziet, zijn meestal matig:  Trespa-gootbetimmering, MDF-keukendeurtjes, glas-in-lood of raamroetjes in dubbelglas en PUR-schuim in de spouw hebben natuurlijk in wezen niets meer met dat èchte karakter te maken. Als er na de redelijke buitenkant ook nog bezuinigd moet worden en er komen plaatstalen binnendeurkozijntjes, board-deurtjes en spackwerk op de muur van het dertiger-jarenhuis, en dan is de essentie wel zo’n beetje gemist.

U kunt ook met middelen van deze tijd een warm, geborgen, menselijk gebouw maken. Het gaat er vooral om de archetypische aspecten te raken. Dáárvoor zetten wij ons in. Er zal binnenkort een ludieke test aan deze site verbonden worden. Test voorlopig eens even deze vraag op u zelf:  Waar komt die wens vandaan ? (en antwoord dan niet al te oppervlakkig…..)

Michaël de Vos     (naar startpagina)

ecologisch: logisch.

Ecologisch: een visie is niet vrijblijvend.

Verbonden zijn met de kosmos werkt alleen in gebouwen die op een geschikte wijze uit geschikte materialen zijn opgebouwd. Lees wat we daar zoal aan doen. Ecologisch ,of nog liever: bio-ecologisch gebouwd zijn is een voorwaarde voor een gebouw dat kosmische verbindingen herstelt. In die gebouwen vindt u vooral: hout en andere puur natuurproducten als vlas en leem voor constructie, isolatie en afwerking. Beton en staal worden weliswaar met een gerust hart gebruikt, maar met mate en vooral: zodanig dat u nooit ingesloten raakt in een kooi van Faraday. Dat sluit u van het natuurlijk aardmagnetisch veld en hoewel sommige stoorvelden liefst vermeden moeten worden, schermen we maar zelden gebouwen echt af. Mijns inziens is namelijk dat middel bijna net zo schadelijk als de kwaal.  Gevels in beton maken we helemaal nooit omdat beton al bij geringe dikte niet meer ademt en omdat de wapening ook een kooi van Faraday vormt .

Alleen voor mensen die gevoelig zijn, angst hebben voor of blootgesteld dreigen te worden zware velden van radio- en andere electromagnetische golven, maken we in overleg afschermvoorzieningen.

Ecologisch ventileren?

Ventileren doen we inderdaad ook ecologisch: overwegend natuurlijk. Zeer zeker de toevoer. Badkamers en keukens worden regelmatig mechanisch geventileerd en warmte kan ook uit de ventilatielucht worden teruggewonnen, maar bijvoorbeeld door een warmtepompboiler en vooral niet via kanalen (balansventilatie). Praktijktests hebben binnen de VIBA uitgewezen dat goed natuurlijk geventileerde huizen zowel het meest zuinig zijn als de grootste bewonerssatisfactie hebben. Jammer voor de EPC-normering.

Luchtkwaliteit en ventilatie

Balansventilatie proberen we te vermijden. Over balansventilatie is veel te doen. Ik neem een wat afwijkend standpunt in. Wie de onderzoeken van de Japanse prof. Emoto (linkje) kent, weet dat water al naar gelang energieën in zich opneemt die door harmonieën of juist dis-harmonieën worden veroorzaakt.  Ik ga ervan uit dat lucht zich net zo gedraagt. Ik ben er daarom zeer terughoudend mee, lucht met een “afval-kwaliteit” warmte uitwisseling te laten doen met de frisse lucht. Die twee stromingen raken elkaar weliswaar niet, maar mijn indruk is dat de energie via de warmte wel degelijk wordt overgedragen. Daarnaast zijn er ook met de best aangelegde installaties allerlei plaatsen waar zich stof en dus: huisstofmijt en ander ongedierte en besmettingen kunnen huisvesten. Wie niet frequent schoonmaakt en filters vervangt, heeft met balansventilatie nog afgezien van een energieverbruiker die  geluid maakt, een bron van ziektekiemen in huis.

In ontwikkeling is dat we de warmtepompboiler met een extra vat uitrusten en dat vat de vloer- of wandverwarming laten verzorgen. De warmtepompboiler haalt de warmte uit de ventilatielucht, draagt die over op water en dat water kan alleen in de vloer of de wand (in vaste, kristallijne stof dus, die geen andere energie aanneemt) zijn warmte overdragen.

Ecologisch: hout, hout en nog eens hout

Idealiter stoken we een huis op hout, waarbij het vuur minstens ervaarbaar, liefst ook zichtbaar is. Echt vuur hebben is zeer belangrijk voor de kwaliteit van het binnenklimaat.  De waarde van het archetype van vuur weet iedereen met een open haard uit ervaring.  De warmte van een (hout)kachel is totaal anders dan die van een CV-installatie. Open haarden zijn energiemonsters, maar tegelkachels, leemkachels en pelletsketels e.d. zijn zeer efficiënt en uiteraard CO2-neutraal.

Daarnaast is hout het belangrijkste bouwmateriaal wat mij betreft. Een huis moet goede vochtregulerende eigenschappen hebben. Hout, leemstuc, vlaswol, cellulose, mais en andere materialen absorberen vocht gemakkelijk, kunnen er veel van opnemen zonder aan relevante eigenschappen in te boeten en staan het vocht ook weer gemakkelijk af. Vlaswol en cellulose (houtvezels dus) doen het bijvoorbeeld veel beter dan glas- en steenwol. Bij gebruik van vlaswol en cellulose kan in de meeste gevallen worden afgezien van een dampremmende laag; zodat de gevels gemakkelijk ademen.

Ecologisch: innovaties initiëren, opzoeken en eraan meewerken.

Een van de aardigste innovaties van de laatste tijd kun je met een van de onderstaande Thumbnails tevoorschijn toveren. De Sunmachine met parabolische zonnecollector. De collector drijft een Stirlingmotor aan die electrictiteit geeft. Het apparaat is nog niet in productie, maar het broertje, de Sunmachine op pellets wèl. Die produceert zoveel stroom dat zowel pellets als machine zichzelf uit de opbrengst terugbetalen (althans: in Duitsland, daar wordt per teruggeleverde Kwh aan het net meer terugbetaald dan in Nederland. Kijk zeker even op de site van de firma: sunmachine

Ecologisch: zelfs NS?

De Nederlandse Spoorwegen behoren tot de grootste energieverbruikers in Nederland. Niet verwonderlijk: als die 1600 kW van een locomotief in actie komt merken ze dat in de electriciteitscentrale. Treinen zijn zuinig, maar op andere gebieden van NS wordt veel verspild. Wisselverwarming bijvoorbeeld. Wisselverwarming kost gigantisch veel energie. (In Zweden: 1/3 van de totale spoorwegkosten). Wij hebben daar iets op bedacht en daar octrooi op gekregen: een wissel die je in de winter niet hoeft te verwarmen en die toch niet door ijs of sneeuw vastloopt.wissel-snede